Tagarchief: gemeenschap van goederen

Fouten maken bij de verdeling tijdens de echtscheiding

We bedoelen hier niet de echtscheiding zelf maar een vergissing in de waarden van de bezittingen die verdeeld werden tussen de ex-partners.

Men spreekt van een vergissing als een van de partners zich voor meer dan een kwart in de waarden van de bezittingen heeft vergist. De verdeling kan dan alsnog onderuit gehaald worden; men hoeft zich dus niet neer te leggen  bij een benadeling. Alleen is het wel zo dat een verdeling niet altijd voorwaardelijk is. Men moet er van uit gaan dat er een moment moet zijn dat de scheiding en de verdeling van bezittingen definitief is geworden.

In artikel 200 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen dat wat betreft een vergissing in de waarden van bezittingen men drie jaar de tijd heeft om bij een rechtbank een beklag te doen. Na deze termijn staat de verdeling van bezittingen voor altijd vast.

In april van dit jaar heeft het Gerechtshof in Amsterdam in een zaak moeten oordelen wanneer de termijn van deze drie jaar nu precies ingaat. Uit deze zaak is naar voren gekomen dat de datum van ondertekening van het echtscheidingsconvenant het startpunt dient te zijn. Op die datum hebben partners vastgelegd hoe de gezamenlijke bezittingen verdeeld moeten worden. De termijn van drie jaar is in het leven geroepen om duidelijkheid te verschaffen over de verdeling.

Constateert iemand dat hij/zij zich flink vergist heeft in de waardebepaling van de bezittingen, zorg er dan voor dat er op tijd bij de rechter aangeklopt wordt om een en ander recht te zetten. Beter is natuurlijk nog bij het opstellen van een bezittingenlijst goed na te gaan wat de waarde van al deze bezittingen is. Advocaten en echtscheidingsmediators zouden ook in hun convenanten een clausule kunnen opnemen over deze driejarige termijn. Hun klanten krijgen dan de juiste voorlichting, weten waar ze aan toe zijn en kunnen later niet in de verleiding komen  hen aansprakelijk te stellen voor gebrek aan voorlichting.